Ouderbetrokkenheid en ik

Waarom ouderbetrokkenheid?

Ik houd me bezig met het thema ouderbetrokkenheid. Waarom eigenlijk? Diep van binnen zit een gevoel van onrecht. Op de basisschool had ik een leerkracht met losse handen en mijn vader zat in het schoolbestuur. Ik heb nooit begrepen waarom – voor zover ik dat natuurlijk kon overzien – mijn vader die situatie niet kon stoppen. Overigens had ik verder een prima basisschooltijd.

De middelbare school vond ik niet heel fijn. Al voelde ik me geliefd, ik was verlegen en niet sportief en wilde graag dat sommige docenten (vooral de sportleraren) mij werkelijk leerden kennen en mij dan zouden waarderen. Ik was dan wel niet sportief maar wel muzikaal. Gymleraren zagen alleen maar dat ik bijna altijd als laatste gekozen werd tijdens de gymles en vonden dat kennelijk oké. Contact met thuis was er niet, dus mijn ouders konden ook niets van mijn gevoelens overbrengen. Misschien waren er wel tienminutengesprekken, maar daar gingen mijn ouders nooit naar toe. Sowieso was de afstand tot de school – meer dan 30 kilometer – al een belemmering.

Zelfvertrouwen

Toen ontstond iets in me dat leerlingen nooit de dupe mogen worden van slecht contact tussen school en thuis. Bij beter contact had ik me waarschijnlijk veiliger gevoeld bij die meester en had ik me denk ik competenter gevoeld op de middelbare school. Werken met kinderen leek me gewoon leuk en ik wilde het verschil voor kinderen maken. Ik was vastbesloten om na mijn vwo eerst de pabo te doen om in de praktijk te beginnen zodat ik later wist waar ik het over had als ik nog iets anders ging doen. Hoewel, eerlijk gezegd had ik ook faalangst om naar de universiteit te gaan, daarvoor voelde ik me te onzeker. En ik denk dat een beter contact tussen school en ouders mij meer zelfvertrouwen zou hebben gegeven. Maar ja, mijn ouders hadden zelf nooit op een school voor voortgezet onderwijs gezeten. Wisten zij veel.

Kistje

De omslag dat ik besefte wat kinderen voor hun ouders betekenen was een situatie in mijn tweede baan als leraar op een voormalige LOM-school. Tijdens een griepgolf zaten we met een lerarentekort op school. Nadat ook de beschikbare invallers waren ingezet, besloten we om de hoogste groep te verdelen over de andere klassen. We hadden ingeschat dat dit te doen was, omdat deze leerlingen over het algemeen redelijk zelfstandig konden werken. Diederik (vanwege privacy een andere naam) van twaalf kwam die dag samen met twee klasgenoten in mijn groep en vertoonde gedrag waar ik niet zo goed mee uit de voeten kon. Ik sprak hem daar een aantal keren op aan, maar de situatie dreigde te verzanden in een duel wie de scherpste opmerkingen naar elkaar kon maken. Ik was trots dat ik deze dag tot een goed einde had gebracht totdat ik de moeder van Diederik de volgende ochtend voor schooltijd in mijn klaslokaal aantrof. Ze leek boos en verdrietig tegelijk en zei zacht: “We weten al hoe we het kistje gaan maken.” Ik vroeg verbaasd wat ze bedoelde, waarop moeder antwoordde: “Als jij zo doorgaat, loopt het niet goed met Diederik af.” Nadat het gesprek abrupt door de moeder werd afgebroken, liep ik hevig ontdaan naar onze adjunct-directeur. Zou ik echt zo ongeschikt zijn voor mijn vak? Ik herinner me zijn kalmte en bevestiging dat dit gedrag van de moeder echt niet door de beugel kon, maar ook dat hij mij uitnodigde om samen met deze moeder in gesprek te gaan. Hij zei: “Dit is de taal die deze moeder nog over heeft om iets duidelijk te maken na jarenlange slechte ervaringen met scholen.” We hebben een heel goed gesprek gehad met de moeder van Diederik. Deze casus gaf mij inzicht in de invloed van het professionele gedrag van de leraar om ouders te begrijpen en te begrenzen.

Afstemming

In al die jaren werd me duidelijker dat leerlingen bloeien wanneer ouders en leraren goed samenwerken. Dat geldt niet alleen op school, maar ook bijvoorbeeld op de sportvereniging, kinderopvang, enzovoort. En ook in het voortgezet onderwijs, alleen gaat het dan veel meer om ouders die hun kind thuis goed weten te coachen. En om de juiste afstemming tussen school en ouders waarbij de leerling steeds meer de regie krijgt. Het volgende voorbeeld maakte mij dat als vader duidelijk.

Teamwork

Vlak voor haar vmbo-examen werd onze dochter thuis steeds humeuriger. Als ouders hebben we toen besloten om – tegen haar zin – met haar op gesprek te gaan bij de mentor. “Wat is het probleem?” vroeg de mentor haar in het gesprek. “Mijn ouders zitten bovenop de weekplanning.” “Dat klopt,” beaamden wij, “want dat is steeds een probleem voor onze dochter.” “Als ik nu elke week de weekplanner met je doorneem,” stelde de mentor voor, “wat zou je dan willen van je ouders?” “Dat ze er gewoon voor mij zijn.” In een kort gesprek hadden we als team de taken verdeeld en goede afspraken gemaakt. “Waarom hebben we dit niet veel eerder gedaan?” vroeg onze dochter na afloop. Volgens mij is dit de kern van ouderbetrokkenheid: elkaar kennen en samen goede afspraken maken, elk jaar weer.